Dga heeft geen civielrechtelijke arbeidsovereenkomst met zijn bv

Geplaatst op: 04-08-11

Belanghebbende is een middellijk enig aandeelhouder en enig bestuurder van A bv. Daarmee heeft hij een arbeidsovereenkomst. A bv is failliet gegaan. Belanghebbende maakt bij de curator aanspraak op doorbetaling van zijn volledige loon. De curator wijst deze aanspraak af.

Hof Leeuwarden 5 juli 2011, 01/20006, LJN BR0320

Wetsartikelen: Art. 7:610, BW; FW

Belanghebbende is een middellijk enig aandeelhouder en enig bestuurder van A bv. Daarmee heeft hij een arbeidsovereenkomst. A bv is failliet gegaan. Belanghebbende maakt bij de curator aanspraak op doorbetaling van zijn volledige loon. De curator wijst deze aanspraak af.
De civiele kamer van Hof Leeuwarden is van oordeel dat naar vaste civiele jurisprudentie ook tussen een grootaandeelhouder/bestuurder en de vennootschap een arbeidsovereenkomst kan bestaan. De zeer formele benadering in civielrechtelijke jurisprudentie van het gezagselement in de arbeidsverhouding van bestuurders met hun vennootschap is volgens het hof bepaald niet onomstreden. Het hof is van oordeel dat in dit geval reden is voor relativering van de arbeidsovereenkomst, waarbij het wijst op de omstandigheid dat indien belanghebbende de onderneming in een andere rechtsvorm (eenmanszaak, vennootschap onder firma of en commandite) had gedreven, hij ook geen enkel recht zou hebben gehad op een vergoeding voor gemiste inkomsten vanaf de faillissementsdatum. Het hof oordeelt dat in dit geval, waar belanghebbende als enig aandeelhouder alle touwtjes in handen had en hij zich ook naar buiten onmiskenbaar als de eigenaar van de onderneming presenteerde, er vanaf het moment dat hij de facto zelf het faillissement van zijn vennootschap heeft aangevraagd, geen redenen meer zijn om zijn verhouding tot de failliete vennootschap aan te merken als een arbeidsovereenkomst als bedoeld in art. 40 FW, aangezien van de daarbedoelde gezagssituatie en afhankelijke positie als werknemer geen sprake is geweest, terwijl voorts met het uitspreken van het faillissement (nota bene op eigen verzoek) zijn bestuursmacht feitelijk tot een einde is gekomen.
(Hoger beroep ongegrond.)
 

Stuur deze pagina door

Gemarkeerde velden zijn verplicht.

De volgende velden zijn onjuist:

  •  

Gemarkeerde velden zijn verplicht.