Centrale Raad van Beroep hanteert onjuist woonplaatsbegrip

Geplaatst op: 14-06-11

HR 10 juni 2011, 10/05050, LJN BQ7652

Wetsartikelen: Art. 4, AWR; AKW
HR 10 juni 2011, nr. 10/05050 ; CRvB 11 oktober 2010,    
nr. 09/05467 ; Beroepschrift in cassatie bij HR nr. 10/05050

Belanghebbende heeft de Marokkaanse nationaliteit. Hij is in 1970 naar Nederland gekomen. Belanghebbende ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Belanghebbende heeft uit zijn eerste huwelijk meerderjarige kinderen die in Nederland wonen. Belanghebbende is in Marokko opnieuw getrouwd. Uit dit huwelijk heeft hij vier kinderen gekregen. Die kinderen en zijn echtgenote wonen in Marokko. Belanghebbende heeft voor deze kinderen t/m 2006 kinderbijslag ontvangen. Belanghebbende huurt een woning in Nederland. Hij verblijft vanaf medio 2004 veelvuldig gedurende aanzienlijke periodes bij zijn echtgenote en kinderen in Marokko. De Centrale Raad heeft geoordeeld dat de aanvraag van belanghebbende om kinderbijslag met ingang van 2007 terecht is afgewezen, omdat belanghebbende in 2007 niet langer in Nederland woonde en dat hij daarom niet heeft voldaan aan de voorwaarden om verzekerd te zijn op grond van de AKW. Volgens de Hoge Raad heeft de Centrale Raad blijk gegeven van een onjuiste opvatting omtrent het begrip ingezetene in de AKW. De Hoge Raad verwijst voor de gronden naar zijn arresten van 21 januari 2011, nr. 10/00563, NTFR 2011/453, en 4 maart 2011, nr. 10/04026, NTFR 2011/1272.

(Volgt vernietiging en verwijzing.)

Stuur deze pagina door

Gemarkeerde velden zijn verplicht.

De volgende velden zijn onjuist:

  •  

Gemarkeerde velden zijn verplicht.