VAR-WUO voor inwoner van België met vaste basis in Nederland

Geplaatst op: 07-03-11

Wetsartikelen: Art. 5, OESO-Modelverdrag; Art. 14, Verdrag Nederland-België; Art. 3.156, Wet IB 2001; Art. 7.2, Wet IB 2001
Hof Den Bosch 7 mei 2010, nr. 09/00477
 

Belanghebbende is ziekenverzorgster en woont in België. De cliënten van belanghebbende wonen in Nederland en worden ook daar verzorgd door belanghebbende. Belanghebbende huurt een kamer in het huis van haar schoonmoeder in Maastricht waar zij haar administratie voert en van waaruit zij haar werk begint. Zij verzoekt om een VAR-WUO en dat verzoek wijst de inspecteur af omdat volgens de inspecteur de gehuurde kamer niet als vaste inrichting kan worden gezien, zodat belanghebbende geen in Nederland te belasten winst uit onderneming geniet.

Hof Den Bosch (NTFR 2010/1563) heeft allereerst vastgesteld dat, hoewel het jaar 2009 reeds is verstreken, belanghebbende toch een procesbelang heeft, gelet op de overige vragen die wellicht bij de aanslagregeling kunnen rijzen. Het hof heeft zich?bij het oordeel van Rechtbank Breda aangesloten dat de inspecteur op grond van de parlementaire geschiedenis van art. 3.156 Wet IB 2001, los van de vraag waar de met de werkzaamheden behaalde winsten zijn belast, een VAR dient af te geven. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat belanghebbende als vrije beroepsbeoefenaar onder art. 14 Verdrag Nederland-België valt. De bij de moeder van belanghebbende gehuurde kamer wordt door het hof als vaste basis aangemerkt. Volgens het hof is dan sprake van belastbaarheid van de werkzaamheden van belanghebbende in Nederland. Het hof is tevens van oordeel dat de gehuurde kamer is aan te merken als een `kantoor’ in de zin van art. 5 OESO-Modelverdrag, zodat ook uitgaande van de definitie van art. 5 OESO-Modelverdrag sprake is van een vaste inrichting in Nederland. De eis van belanghebbende om voortaan door een andere ambtenaar bij de Belastingdienst te worden behandeld, heeft het hof afgewezen, als zijnde buiten haar bevoegdheid, af.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.

Stuur deze pagina door

Gemarkeerde velden zijn verplicht.

De volgende velden zijn onjuist:

  •  

Gemarkeerde velden zijn verplicht.