Terbeschikkingstelling van taxivergunningen aan derden leidt tot hogere winst

Geplaatst op: 27-10-11

Belanghebbende exploiteert samen met B een taxicentrale in vof-verband. In 2001 is aan belanghebbende een taxivergunning uitgegeven waarbij vijftien afzonderlijke vergunningsbewijzen zijn verstrekt.

Hof Amsterdam 22 september 2011, 08/00815, LJN BT7248

Wetsartikelen: Hof Amsterdam 22 september 2011, nrs. 08/00815 en 08/00816

Belanghebbende exploiteert samen met B een taxicentrale in vof-verband. In 2001 is aan belanghebbende een taxivergunning uitgegeven waarbij vijftien afzonderlijke vergunningsbewijzen zijn verstrekt. In 2003 hebben diverse taxichauffeurs gebruik gemaakt van de vergunningsbewijzen. Het hof is van oordeel dat in de jaren 2003 en 2004 de vergunningsbewijzen ook buiten de vof en met medeweten en instemming van belanghebbende zijn gebruikt door personen om met een taxi en tegen betaling ritten te verzorgen, en dat belanghebbende daarvoor (direct dan wel indirect) een vergoeding heeft ontvangen. Het staken van de activiteiten door de vof staat er niet aan in de weg dat belanghebbende zijn vergunning ter beschikking van derden heeft gesteld.

Naar het oordeel van het hof is voldoende aannemelijk geworden dat belanghebbende de op zijn naam staande taxivergunning in de onderhavige jaren tegen vergoeding aan derden ter beschikking heeft gesteld. Belanghebbende heeft de daarmee gemoeide ontvangsten niet verantwoord in zijn belastingaangiften. Dit heeft omkering en verzwaring van de bewijslast wegens het niet doen van de vereiste aangifte tot gevolg. Het hof volgt de door de inspecteur in aanmerking genomen belastbare winst en de daarbij gehanteerde berekeningen.  (Hoger beroep gegrond.)
 

Stuur deze pagina door

Gemarkeerde velden zijn verplicht.

De volgende velden zijn onjuist:

  •  

Gemarkeerde velden zijn verplicht.